(0)

Privacyverklaring

Selecteer Regio

Hebben wij dan geen recht op rust?

In zijn nieuwste boek De grote pensioenroof wil Kim De Witte, docent Pensioenrecht aan de KU Leuven en de pensioenspecialist van de PVDA, het debat rond de pensioenen opentrekken. Het hoeft niet te zijn zoals de regering beslist. Een versterking van het wettelijk pensioen is noodzakelijk en mogelijk


de pensioenroof

Er is in België geen ernstig pensioendebat gevoerd. Geen enkele regeringspartij vertelde voor de verkiezingen dat ze de mensen langer wilde doen werken. De boodschap kwam als een donderslag bij helder hemel. Een commissie pensioenexperten had in alle stilte aan een nieuwe pensioenrapport gewerkt. De boodschap achter het rapport: we moeten allemaal langer werken om de stijgende levensverwachting en de vergrijzing betaalbaar te houden. De regering doet er alles aan om de mensen in te lepelen dat het wettelijk pensioen onhoudbaar wordt en dat ze zich ­privé moeten verzekeren. Een evolutie die zich in praktisch alle Europese landen voordoet. Maar is de vergrijzing werkelijk zo'n doemscenario? De welvaart is sinds 1951 verviervoudigd. Een versterking van de wettelijke pensioenen is wel haalbaar, zonder dat we langer moeten werken. Het is een politieke keuze.  

Duitsland en Oostenrijk

In het boek zet De Witte twee modellen tegenover elkaar: het Duitse en het Oostenrijkse. Dutisland koos voor private pensioenverzekeringen. De socialistische oud-kanselier Gerard Schröder hield in Duitsland uitverkoop met de wettelijke pensioenen. Het wettelijke pensioen werd er afgebouwd van 70% van het gemiddeld inkomen naar 46% in 2020 en 43% in 2030. De armoede bij gepensioneerden is in Duitsland sterk toegenomen. Private verzekeraars hebben namelijk een groot deel van de winst in eigen zak gestoken, in plaats van te verdelen over de verzekerden. Ook in Belgie gaat het die richting uit. De wettelijke pensioenen zijn bij de laagste van Europa.

De Oostenrijkers daarentegen tonen volgens De Witte wat er wel mogelijk is. Het gemiddelde pensioen voor mannen ligt daar op 1.820 euro per maand. Een Oostenrijker heeft de helft meer pensioen dan de Belgische werknemer. Er wordt in ook meer geld vrijgemaakt voor de pensioenen. In Oostenrijk en ook Frankrijk is dat 14% van het bbp. Bij ons is het 10,5%. Maar in Oostenrijk kunnen vrouwen wel stoppen met werken op hun 60ste, vanaf 53 kun je er halftijds werken met behoud van 75% van je loon. Zo hou je mensen op de arbeidsmarkt.

het plan om ons pensioen terug te winnen

De beslissing om mensen tot 67 te doen werken, moet teruggedraaid worden. Je lost er niets mee op: je creëert geen jobs, geen gezondere mensen, geen werkbaar werk voor ouderen.

De pensioenen in ons land zijn ook veel te laag. Werknemers krijgen een pensioentje van gemiddeld 1100 euro. Na een heel leven van sociale bijdragen en belastingen te hebben betaald. Een op de twee vrouwen heeft zelfs een pensioen onder de armoedegrens.

Het boek berekent de kost van een sociaal pensioenbeleid, dat wil zeggen pensioenen gelijk aan drie vierde van je loon met een minimum van 1.500 euro voor wie 40 jaar gewerkt heeft. Op basis van de officiële cijfers van de Federale Pensioendienst is de kost daarvan gelijk aan 2,2 miljard. Ter vergelijking: ongeveer evenveel als we uitgeven aan de bedrijfswagens. Indien we ook de pensioenleeftijd terug naar beneden halen, dan is de kost 2,5 procent van het bbp. Dat wil zeggen dat onze pensioenen evolueren naar 14 à 15 procent van het bbp. Of, ongeveer evenveel als Oostenrijk, Frankrijk, Portugal en Italië vandaag al aan hun pensioenen geven.

Terug Top

Deze internetsite maakt gebruik van cookies. Dit doen we om uw surfervaring op deze website beter te maken.
U kunt ten alle tijde deze cookies weigeren of verwijderen door de instellingen in uw browser aan te passen.
Meer informatie hierover vindt u op https://www.aboutcookies.org/

Als u gewoon verder surft, geeft u toestemming om deze cookies te gebruiken.